
Volk
Jaar: 2006
Label: Mute
Ja, ik weet het. De stem van de zanger van Laibach behoort tot mijn standaardrepertoire op feestjes. Als ik dan weer in de houding door de kamer marcheer en “Oblast je pri nas ljudska..!!” scandeer, moet iedereen altijd hard lachen en reageert steevast met de conclusie dat ik Rammstein zo leuk na kan doen. Dan kan ik wel weer zeggen dat een beetje zeemansliederen lopen te zingen op een podium met een tuinslang in je broek heel wat anders is dan de verrukkelijke, gelaagde muziek van mijn dierbare Laibach, maar zulk een repliek is doorgaans toch aan dovemansoren gericht. Hoe leg je immers uit dat Rammstein weliswaar speelt met vuur, maar dat Laibach al veeeeeeel langer bestond, en speelt met een vele malen brandbaarder vuur, namelijk met dat van de kwestieuze politieke ideologie?
Ik houd van Laibach, al sinds Nova Akropola, dat was de eerste die ik kocht. In mijn woonkamer hangt een grote ingelijste afbeelding van een dode soldaat met een zweep op een vurig paard, ik verzamel de spaarpunten van de buurtsuper in een Laibach-mok en ik vertel kinderen regelmatig dat “la realité souhait etre complexe” (uit: Kapital, Le Privilege des Morts).
Nu eerst maar eens wat Laibach voor beginners:
Het collectief Laibach werd eind jaren 70 opgericht in Slovenië. Het maakt deel uit van de NSK: de Neue Slovenische Kunst, een Sloveens kunstcollectief. Laibach is oud-Duits voor de Sloveense hoofdstad Ljubjlana. Laibach werd in de jaren 80 in eigen land gezien als staatsgevaarlijk. Daartoe “ontvluchtte” men het eigen land, er waren optredens in vele Europese landen tijdens de Occupied Europe Tour. Door kortzichtigen werd Laibach verguisd als zijnde een roedel nazí’s. Je beoordeelt een avant-garde formatie dan natuurlijk wel heel kort door de bocht, maar dat deden ze nu eenmaal in die jaren. Je zou namelijk ook gewoon kunnen lachen om die partizanenuniformen uit WO II, de belachelijke covers die men in die tijd te berde bracht (Life is Life van Opus in een militaristische uitvoering ten gehore brengen is natuurlijk geniaal, net als die schandalige stadion-kutmuziek van Queen), om dat verrotte accent van de “zanger”, en om de potsierlijke kiekjes van lieve hertjes in de alpenwei op albumcovers. De muziek klonk aanvankelijk industrieel, werd later elektronischer, om begin jaren 90 house-invloeden op te zuigen, enkele jaren later de rock te omarmen, en sinds het album WAT van een jaar of drie geleden is het een soort dansmuziek voor denkenden.
Dat nu juist in Slovenië, het noordelijkste land uit het voormalig Joegoslavië, zo’n subcultuur ontstond in de jaren 80, een subcultuur waarin de dreiging van de oorlog de luisteraar altijd als een zwaard van Damokles boven de oren hangt, is eigenlijk niet zo verwonderlijk. Leest u maar eens een geschiedenisboek over het land, dan weet u voldoende.
Daarom heb ik ook zoveel bewondering voor Laibach, voor die diepgewortelde kennis van de historische ontwikkelingen binnen het Europa van de 20e eeuw, gepaard gaande met een onheilspellende interesse in de ideologieën die die eeuw kleur gaven.
Poezelige hertjes in panoramische, Habsburgse landschappen. Arcadisch, of eerder bucolisch, want op de voorkant van Volk, de nieuwe van Laibach, staat een batterij schapen (nou ja, drie stuks), geaquarelleerd voor zich uit te staren over een alp of twee. Het belooft wat, maar is het ook wat, net goed als WAT bijvoorbeeld?
Het antwoord luidt ontkennend. X-Rated mist het venijn een beetje in de muziek. De thematiek is nog volop aanwezig, namelijk die van de NSK-Republiek, de universele staat die op culturele gronden in plaats van op geboorterecht is gebaseerd. Om dit ideaal muzikale luister bij te zetten, heeft Laibach zich vergrepen aan ruim een dozijn volksliederen, van de Marseillaise tot aan hoe het nationale anthem van Japan ook moge heten. X-Rated mist het Wilhelmus.
Het resultaat is een soort zwaar-op-de-hand klinkend songfestival album dat zich nauwelijks kan meten met wat Laibach voorheen voortbracht. Waarom intelligente mensen zich toch altijd weer vergrijpen aan die simpele melodramatische synthipop die de eerste de beste Kees Casio ook zomaar uit z’n melodica te voorschijn kan toveren is mij een volstrekt raadsel, nu trapt zelfs Laibach er weer in. Tenzij ze het er om gedaan hebben en nu ook in de muziek de kitsch een plaats willen geven natuurlijk.
Gelukkig komt in sommige nummers het oude elan weer even naar voren: helaas pas aan het einde van de plaat, op Vaticanae en NSK.
Toch kan ik het niet nalaten om luidkeels mee te brullen met single Anglia. En al met al hoor ik liever een nieuwe Laibach voorzien van dat rijke, tijdloze gedachtegoed, dan dat ik luister naar een nieuw goedbedoelend bandje dat niet eens weet of Tito oorspronkelijk nou een Kroaat of een Serviër was.
En de thematiek die Laibach aanhaalt blijft tot in lengte van dagen actueel. Zo zegt Condoleezza Rice in de booklet van Volk: “It is the best for the World if the U.S.A. continues to enforce its own interests, because American values are universal values.”
Tja. Ze zegt het wel vaker, gewoon op televisie. En ze is niet de enige. Maar wat zijn in de huidige wereldpolitiek dat soort uitspraken waard? En wat zijn de gevolgen ervan?
Laibach zelf verwoordde het menselijker, destijds in Le Privilege des Morts: Capital, de la douleur, Capital. Want aan iedere ideologie hangt een prijskaartje.

