
20 januari 2010 blijft een zwarte dag in de geschiedenis van Kink FM. Arjen Grolleman overleed door een tragisch ongeval aan huis.
Avondland was entertainment voor dwarsliggenden. Onvoorspelbaar en vaak ongrijpbaar amusement met irrelevante nieuwswaarde, dito berichtgeving en kritisch gewogen meningen. Postpolitiek-correct.
Magister 2 februari 2010
Geplaatst op: 2 februari 2010
De week door (de Magister) van 2 tot en met 8 februari 2010
De maan is nu afnemend. Na de erg onrustige periode voor de Volle Maan moeten we deze week weer in balans zien te komen. Dit moet lukken, want de maan staat tot donderdagavond in Weegschaal.
Het sterk wisselende, maar koude weer, de sterk schommelende barometer en de veel te drukke agenda maken het “her-ijken” lastig. Jouw lichaam raakt ook een beetje “uitgewoond” ook al door het uitblijven van zonlicht.
Gun jouw lijf en geest deze week rust, ga vroeg naar bed, zoek warmte en… een hoogtezonnetje. Aan de andere kant moet je niet sippen! Je moet iedere dag even “pieken”, door in een goede situatie te belanden. Dit kunnen onverwachte momenten zijn, je kunt ze ook opzoeken. Kies kleur, ga nieuwe kleren kopen, ga naar de kapper, of… stop gekleurde veters in je schoenen of in je haar.
Een andere mogelijkheid is je binnenshuis nuttig te maken. Jawel, de schoonmaak roept! Gelukkig houdt jouw lijf jou op de plaats “rust”, maar als je met iets begint, tijdens het luisteren van je lievelingsmuziek of tijdens het horen van een luisterboek, zul je merken dat “ineens” iets klaar is. Dat stemt je vrolijk…
Vrijdag en zaterdag fladdert de energie weer alle kanten uit en wat je daar dan mee moet? Eenvoudig wachten tot zondag en maandag? Heerlijke dagen worden dat.
Een week om het “koppetje” te gebruiken. De romantiek komt pas te voorschijn als het denkwerk (financiële) resultaten oplevert.
Het wordt weer eens tijd om je kamerplanten te vertroetelen en… (tijdens het verpotten?) ook je vriendschappen. Bel eens op, stuur eens een sms of een e-mail…
De wasmachine doet dit weekeinde goede zaken met minder zeep. Bij het vullen spoelt het meeste vuil er al af. Je moet dus minder zeep gebruiken. Ook de trui of het vest, die/dat je de halve winter al draagt, kan in de was.
Koolhydraten belasten jouw lijf deze week zwaar. Koop Chinese kool en wok er een lekker gerecht van. Je kunt de kool ook (grof gesneden) even koken voor een knapperig hoofdgerecht. Ben je toe aan iets “zwaarders”? Zuurkool met worst, volgens oma’s recept. Dan doe je een Chinees koolblaadje tussen de boterham…
Heeft jouw verwarming nog genoeg water in de leidingen, is jouw waterreservoir in de auto bijgevuld? Staat er genoeg (drank)voorraad in de (koel)kast?
De Spreuk:
We worden niet eens honderd jaar,
maar,
we maken trammelant voor minstens duizend jaar…
de Magister
» Bekijk het archiefTreurzang voor een boekhandel
Geplaatst op: 2 december 2009
Treurzang voor een boekhandel
Bij het heengaan van Boekhandel v/h Wout Vuijk te Hilversum
Alle stellingen van logica zeggen hetzelfde: namelijk niets.
Uit: Ludwig Wittgenstein, Tractatus Logico-Philosophicus, vertaald door W.F. Hermans, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1989
Op de valreep werd november nog een zwarte maand. Mijn favoriete boekhandel, v/h Wout Vuijk te Hilversum, houdt ermee op. Opheffingsuitverkoop. 40% korting, alsof het niks is. En ineens stond het winkeltje stampvol. Als pissebedden kropen de lezers onder de patiotegels vandaan, zó het antieke zaakje in, om er met hele stapels nieuwe boeken weer uit te stuiven. Binnen stond, als Diogenes op zoek naar een mens, Martin Ros.
- Hilversum léééést niet..!,
debiteerde hij luidkeels door de kalende ruimte.
- Dit mag toch niet, en dat terwijl de oude Wout nog leeft, een ander filiaaaal heeft hij nog, in Amsterdam, voor zolang het nog duuuuurt!
Ik stond wat te rommelen bij de tafel voorin de winkel, waar normaliter de stapels zich fier tot het plafond uitrekken. Nooit heb ik er een zien vallen. Nu zag je zo hier en daar tussen de inmiddels ongesorteerde boeken een stukje hout van het tafelblad.
- Hier mevrouw, kooooopt u dit boek,
vervolgde Ros breeduit gesticulerend zijn tirade, u moet het lezen, want daarvoor is het geschreven. De arme vrouw probeerde zich nog van de standwerker te ontdoen met excuses als ‘nee daar heb ik geen zin in’ en ‘hoeft niet ik heb het al’, maar daar werd geen genoegen mee genomen. Met een sierlijke zwaai wierp de getormenteerde enthousiasteling het werk op het stapeltje dat de vrouw reeds voor haar buik droeg.
- Leeeeees!
Ik kon niet zien welk boek het was, maar des te beter uit welke kast het kwam. Het stond waarschijnlijk al jaren op de Privé Domein planken, de verzameling biografieën en autobiografieën door Ros zelf uitgegeven. Een prachtverzameling, maar je ziet die delen toch vaak te snel in het antiquariaat verdwijnen. Jammer. ‘Alles is ijdelheid’ van Claire Goll uit deze serie blijft een van mijn favorieten. En zo heb ik er meer.
Ik stond wat harde kaft-uitgaven van W.F. Hermans bijeen te scharrelen, toen Martin mij ontdekte. Een vlammend pleidooi over de tijdloze schoonheid van ‘Nooit meer slapen’ viel mij ten deel. Ik gaf hem meteen gelijk. ‘Kom net terug uit IJsland’, murmelde ik hem toe, ‘óok koud’. Niet dat het iets uitmaakte, want Ros was doof voor wat wie dan ook tegen hem zei, maar hij had gewoon gelijk, dus wat maakte het uit. Ik herinnerde mij de scène uit het boek waarin de hoofdpersoon, Alfred, het dode lichaam van zijn vriend Arne vindt, kapotgeslagen op de kale rotsen, rustend als Rimbaud’s Dormeur du val. Dat het geen slapen was, maar nooit meer slapen. Voor altijd wakker dus, of hoe je het ook moet lezen.
Boekhandel Vuijk heeft mij wel vaker wakker geschud. Wacht, laat ik eens langs mijn boekencollectie lopen. Van de meeste lp’s en cd’s weet ik wel waar en vaak ook nog wanneer ik ze heb gekocht, en dat aanschafgeheugen kan ik ook meestal met succes aanspreken zodra het gaat over mijn boeken.
Eens kijken, daar heb je de jaren 90-uitgave van de Nico-biografie. Het verzameld werk van Drs. P. Catch 22 van Joseph Heller. Heart of Darkness van Conrad. De verhalen van Lovecraft. Huysmans, Diderot. Duitse werken, die soms moesten worden besteld. En dan de poëzie, waar v/h Wout Vuijk een hele afdeling voor had.
Alfred Kossmann en Hugues C. Pernath. Mijn dierbare Christine D’Haen, Brodsky, Bloem, Gorter, Marsman, Lucebert, Neruda, Achterberg, Gerhardt, Jacob Israël de Haan, Kouwenaar, Rilke. De onverwoestbare Simon Vinkenoog. Ionesco. Boris Vian. Maar ook ‘De Zonne-anus’, een vertaling naar Georges Bataille:
Tijdens een nacht van feesten
Vallen de sterren uit de hemel
In een ginbowl
Met lange teugen zuip ik de bliksem in
Ik ga lachen tegen de donder
De bliksem in het hart.
Uit: Georges Bataille, De zonne-anus, IJzer 1993
Veel bundels in de poëziekast van Wout Vuijk waren enigszins verkleurd. Dat mag bij boeken. Het gaat om de inhoud. Ik kijk nu naar mijn tweetalige editie van Apollinaire’s ‘Zone’, Kwadraat – Vianen 1981.
Remco Campert. Andreas Burnier. C.O. Jellema. En veel Oudheid, altijd de Oudheid, die blijft dichtbij.
Hier is het boek dat ik een paar maanden geleden nog gratis kreeg van een van de dames van Wout Vuijk, ze zei – Dat vind jij mooi, en met het schaamrood op de kaken constateer ik dat ik er nog niet in begonnen ben. Het is van Hector Munro, een Engelsman die schreef onder het pseudoniem ‘Saki’. Eens zien wat de achterflap ook alweer zegt.
...as Auberon Waugh says in his Introduction, ‘his rage and indignation against humanity had not yet conquered the simple desire to please’.
Ah, quite. Neem ‘em meteen mee naar m’n slaapkamer.
De behulpzame, vriendelijke dames in de winkel. De katten, die ik er nu ik er zo bij stilsta de laatste jaren niet meer zie. De bovenetage met de trappen en laddertjes, maar vooral de uitgelezen (in ieder geval door de dames zelf leek het altijd wel) collectie, de smeulende sigaret in de asbak, het houden van boeken is een groot plezier.
Er zijn teveel boeken die een grote indruk op mij hebben gemaakt, die mij hebben veranderd als Alfred Issendorf uit Hermans’ ‘Nooit meer slapen’.
Lezen is begrijpen, lezen is twee keer zien. Zien wat er staat, en daarna komt pas het lezen, en dan maar hopen dat je wakker genoeg bent om het aan jezelf te laten zien.
Credo
De dichters weten wat zij niet weten.
Zij spreken in hun vreemde taal;
Zij gaan de dood in tot het begin;
Zij ontdekken leven –
En zien de wereld aan met hun
Hartstochtelijke onschuld
En veranderen de aarde
In de werkelijke aarde
Uit: Hans Andreus, Ik hoor het licht, Mij Holland 1990
Die Meyrink-biografie afgelopen zomer, die had ik dus via Wout Vuijk. Eigenlijk zoveel steeds. Ik ga dat winkeltje vreselijk missen. Je kon daar binnen komen wandelen en vragen naar een of andere 19e eeuwse Franse schrijver die je toevallig net zelf had ontdekt, op je stoerst zeggend:
- O die Jean de Mousson-Crédit-Lyonnais-Aller-et-Retour-AuCentreville, hebt u die ook staan? Mousson kan ook Moutarde zijn...
(.....) (Korte pauze)
- Poe, even kijken.
(Lange pauze, hersens kraken, rook wordt uitgeblazen, ladder wordt beklommen)
- ...Ja! Is het om te geven of voor eigen plezier?
Toen ik schuldig wegliep met een grote, voor te weinig geld aangeschafte stapel boeken, stond Martin Ros nog steeds allerlei werken aan te prijzen. In een flits zag ik hem zelfs even tegen iemands achterhoofd praten. Waren er maar meer als hij. Hoeveel televisieverslaafden weten gewoon niet beter, en sterven straks zonder ooit de soms zoete, en dan juist weer bittere letters van een goed boek te hebben mogen smaken?
Tegen hen zou je willen zeggen: kom op, probeer zo’n Hermans nou eens, begin eens met een dunnetje zoals Het behouden huis. Dan ben je wel om.
Ik was wat ontdaan het afgelopen weekend, en voelde me ziek bovendien. Goede reden om lekker warm in bed te kruipen, en tijdens de wakende uren me, na het overgeven, over te geven aan een boek. Dat schoot niet echt op, maar de wereld is tenslotte alles wat het geval is, en het lezen schonk me voldoening. Daarom herlas ik na de smartelijke teloorgang van mijn zo geliefde boekhandel v/h Wout Vuijk, gekweld door maag- en aanverwante irritaties, het boek over het Noorden van de man die, mét Wittgenstein, vond dat je moet zwijgen waarover je niet kunt spreken.
Ik zal liever omkomen als slachtoffer van de elementen dan van de mensen. Zou mij hier een bliksemstraal treffen, of een meteoriet op het hoofd vallen, of stort ik straks naar beneden van vermoeienis, wat een geluk eigenlijk dat het weken duren zal, voor iemand erachter komt en misschien vinden ze mij wel nooit. Groot gevoel van voldoening zal mij dit geven, maar ik moet dan wél als geest nog een poosje verder bestaan om te constateren dat ze me niet kunnen vinden. Of ik op die manier nóg vollediger verdwijn, alsof dan tenminste míjn dood in overeenstemming is met wat ik weet. Omdat mijn leven het nooit zal kunnen zijn.
Uit: W.F. Hermans, Nooit meer slapen, De Bezige Bij 2009
Mijn leven is dankzij Boekhandel v/h Wout Vuijk te Hilversum telkens weer wat rijker geworden. Een conclusie die het verdwijnen ervan er bepaald niet logischer op maakt.
» Bekijk het archief



